Montessoriwerkjes.nl
item2e1
item2a2f

Op deze pagina vind je tips voor in je klas. Heb je zelf een tip op het gebied van klassenmanagement, werkjes, ouderhulp, etc.? Mail mij! Klik hier

Speelgoed mee naar school

Kinderen die speelgoed mee naar school nemen: meestal worden kinderen ontmoedigd om speelgoed mee te nemen naar school, zeker als kinderen erover willen praten in de kring. Probeer eens een schattafel: kinderen die iets meegebracht hebben kunnen zich verzamelen om deze tafel heen en er zo lang over praten als ze maar willen, met kinderen die geïnteresseerd zijn. Kinderen zijn zo bezig zich te uiten en communiceren met anderen, meestal twee of drie kinderen tegelijk. Geef kinderen de gelegenheid om mee te doen in deze kring en weg te gaan als ze niet meer willen. Denk maar aan wanneer je zelf op een feestje bent; je kiest dan ook zelf naar wie je wel en niet wilt luisteren.

Kring

* Probeer eens een vrijwillige kring. Laat de kinderen weten dat je een kring houdt voor kinderen die willen. De rest van de kinderen kan werken zonder te storen in de klas. Kinderen die niet stil aan het werk zijn, worden gevraagd toch in de kring te komen.

* Een kring zou eigenlijk altijd vrijwillig moeten zijn. Hoe kunnen we kinderen helpen vredelievend te zijn als we hen dwingen stil te zitten in een kring waar ze eigenlijk niet willen zijn?

* Wees niet beledigd als kinderen niet mee willen doen aan je kringactiviteit. Je doet niets fout als leidster. Zie het als iets wat ze op dat moment blijkbaar niet nodig hebben. Realiseer je dat Maria Montessori taal- en drama-activiteiten aanbood als individuele lessen en er materiaal voor ontwikkelde. Bovendien zul je merken dat kinderen die niet in de kring zitten, maar aan een tafel verderop bezig zijn, stiekem toch meezingen of de informatie oppikken van de kring. Ouders kun je melden dat hoewel hun kind niet meedoet aan de kring, hij toch hoort wat er daar gebeurt en het in zich opneemt en ter zijner tijd wel mee zal doen.

* De sleutel tot succes in dit systeem ligt in het tonen hoe kinderen zich gedragen buiten de kring; zachtjes werk kiezen, alleen werken, terugkomen zonder te storen als je toch mee wilt doen, de kring respecteren. Als het kiezen van werk te moeilijk is voor kinderen, laat ze dan een boek lezen. De kinderen die niet meedoen aan de kring hebben er toch profijt van zonder dat ze storend zijn voor de anderen. Als veel kinderen niet mee willen doen aan de kring, dan moet de leidster zich afvragen of wat zij te bieden heeft wel interessant genoeg is.

* Laat je kring geen vaste formule hebben. Houd de verrassing erin. Als de formule voor de kring iedere dag hetzelfde is, zal het kinderen vervelen. Er zijn erg veel interessante dingen te doen tijdens deze tijd:
Liedjes zingen in verschillende talen
Taalspelletjes doen
Luisterspelletjes doen
Instrumenten bespelen
Bewegingsspellen doen
Een plant verpotten
Gastsprekers uitnodigen (kunnen ook kinderen uit een andere klas zijn)
De kinderen tellen die iets blauws dragen
Een boek lezen over een vlinder als introductie op een nieuwe vlindertuin
De kalender doornemen
Namen van de dagen van de week, maanden en seizoenen doornemen
Als het saai is voor de leidster dan is het meestal ook saai voor de kinderen!

* De kring is een sociaal gebeuren, niet bedoeld om als leidster te klagen over wat er in de klas gebeurd is.

* Laat de kring niet langer duren dan 10 of 15 minuten. Twee of drie korte activiteiten zal de kinderen normaal gesproken geïnteresseerd houden tot het einde van de kring. Observeer kinderen tijdens de kring en wees voorbereid de kring eerder af te sluiten als de kinderen onrustig zijn.

* Plan een kring niet aan het begin van de dag; maar bijvoorbeeld om half 12. Begin de dag met een werkcyclus van 3 uur en houd daarna pas je kring. Kinderen die graag hun verhaal kwijt willen doen dat aan andere kinderen of middels een aandachtstafel.

*Begin je kring met het zingen van liedjes als de kinderen nog aan het werk zijn. KInderen ruimen hun werk op en komen in de kring zitten als ze klaar zijn.

Absenten

Het opnemen van absenten kan een taak van de leidster zijn, die gebeurt in een moment dat zij daar tijd voor heeft. Een hele klas vol kinderen stil laten zitten en "ja juf", of wat dan ook laten zeggen of doen, is al snel tijdverspilling en saai. Bovendien wordt het vaak gedaan aan het begin van de dag en onderbreekt het de drie uur werkcyclus ernstig.

Wil je kinderen betrekken bij het registeren van wie aanwezig is, maak dan een bakje met naamkaartjes, eventueel met foto's. Ieder kind dat binnenkomt zoekt zijn kaartje en hangt het op een bord of deponeert het in een brievenbus, doos, etc. Zo is het meteen een oefening in het herkennen van zijn eigen naam.

Takenbord

Je klas op film

Probeer dit eens: laat iemand je klas filmen gedurende de werkcyclus. Het zal je een goed reflectie geven op je eigen handelen en je ogen openen wat betreft de werkhouding van kinderen.

3 uur werkcyclus

Zorg dat de kinderen 3 uur onafgebroken kunnen werken in de ochtend. Kinderen die binnenkomen, moeten direct kunnen beginnen aan zelfgekozen werk en drie uur lang zonder tussenkomst van gedwongen buitenspel of kleine pauze kunnen werken. Maak een snacktafel, waar kinderen iets kunnen drinken en eten, al dan niet zelf meegebracht. Sommige scholen zorgen van crackers, zodat de tijd hier beperkt blijft.

Bij de midden- en bovenbouw vond Maria Montessori het niet zo belangrijk dat kinderen onafgebroken kunnen werken als bij de onderbouw. KInderen zijn daar namelijk niet zo snel afgeleid.

Montessori spreekt in het kader van de werkcyclus over "false fatigue"; zo rond half 11 lijkt de werklust van de kinderen te verslappen en zou de leidster geneigd kunnen zijn te stoppen met de werkles. Niet doen. Laat kinderen die ogenschijnlijk vermoeid zijn de tijd krijgen 'bij te komen' en zelf weer aan het werk te gaan, zonder tussenkomst van de leidster. Dan gaat het chaos stadium vanzelf voorbij en zal de leidster ervaren dat kinderen een hoger niveau van werk bereiken.
 

Controle van de fout

Als je zelf werkjes maakt, is het belangrijk een controle van de fout in te bouwen. Bij de controle van de fout dient het kind hetzelfde te doen als het deed bij de oefening. Een etiketteerwerkje kan daarom niet voorzien zijn van kleurtjes op de achterkant, maar moet achterop dezelfde woordjes hebben.

Standaardmaat van een klas

De standaard buiten-maat van een klas in Nederland dient 64 m2 te zijn.

P1010014

Een rusthoek in je klas

Creëer een rusthoek in je klas; een plek waar kinderen lekker kunnen ontspannen, bijvoorbeeld met een vissenkom om naar te kijken, afgeschermd van de rest.

Kleurgebruik bij werkjes

Om kinderen zoveel mogelijk inzicht te verschaffen in de verbanden en structuren binnen kosmisch onderwijs en kosmische opvoeding, is het aan te raden om kleuren te gebruiken om aan te geven waar een werkje bij hoort. Tijdens een workshopweek "cultural development" bij het MCI in Londen kreeg ik een lijstje uitgereikt met kleuren voor ieder gebied. Voor zover ik weet, zijn deze kleuren niet bekend bij Nederlandse scholen en/of opleiders, maar als ze dat wel zijn, hoor ik dat erg graag.

Hieronder volgt de indeling volgens het Montessori Centre International in Londen:

Planten - groen
Zoogdieren - rood
Vogels - licht blauw
Reptielen - bruin
Amfibieen - paars
Vissen - lichtgroen
Insecten - geel
 

Het dierenrijk:
Protozoa - wit
Porifera - Mosterdgeel
Coelenterata - oranje
Annelida - beige
Mollusca - grijs
Echinodermata - zwart
Arthropoda - geel
chordata - donkerblauw

Continenten:
Europa - rood
Afrika - groen
Azie - geel
Oceanie - bruin
Noord-Amerika - oranje
Zuid-Amerika - roze
Antarctica - wit

Kleurgebruik bij het zonnespel (later zal ik hierover schrijven op de site):
Planten - donkergeel
Herbivoren - middengeel
Carnivoren - licht geel

Land - bruin
Water - blauw
Lucht - geel

Het zonnestelsel - donkerblauw of zwart
de aarde - donkerblauw of zwart
vulkanen - donkerblauw of zwart

Een snacktafel waar kinderen zichzelf kunnen bedienen

Eten en drinken

Een snacktafel is een tafel die altijd in de klas aanwezig is. Kleed de snacktafel mooi aan met een tafelkleed, bekers, schaaltjes voor crackers en koekjes. Zorg dat er altijd tissues aanwezig zijn voor de kinderen en zet een kan met water neer.
Zorg voor een vaste plaats in de klas waar kinderen hun gebruikte schaaltjes en bekers kunnen achterlaten. Kinderen die willen afwassen kunnen die weer ophalen.
Hang boven de tafel een label: "snacktafel" en gebruik foto's van kinderen die de tafel op de juiste manier gebruiken. Schrijf er teksten bij, zodat kinderen weten wat er van hen verwacht wordt.

Bespreek met de kinderen wanneer ze iets kunnen eten en drinken en wanneer niet, hoeveel kinderen tegelijk kunnen aanschuiven en hoe ze de tafel achter dienen te laten.

Lunch is een sociale gebeurtenis, geen traumatische. Geef kinderen de vrijheid om in hun eigen tempo en eigen volgorde hun eten op te eten en te drinken.

Betrek kinderen bij het dekken van de tafels. Maak waar mogelijk gebruik van tafelkleden of placemats, echte borden, bestek, bekers en stoffen servetten.

Na de lunch helpen de kinderen met het wassen van de tafels en het eetgerei.

Een reactie van Sandra Pruyn-Martens:

Of het een echte tip is weet ik niet, maar ik las je stukje over de snacktafel en wil je vertellen hoe ik in mijn groepen, zowel in de bb (iets andere vorm maar komt op hetzelfde neer) als in de ob, de kinderen laat eten.

Op de gang hebben wij eetkarretjes staan waarin de kinderen bij het op school komen hun "pauzehap" zetten. De tas ruimen ze op in het daarvoor bestemde tassenrek. Als de kinderen binnen zijn en de werkperiode is begonnen, haal ik of kinderen de eetkarretjes binnen en zet ze in de keuken
klaar. Als kinderen trek hebben in eten, kunnen zij een placemat pakken en op tafel leggen waarna zij hun eten uit de karretjes gaan pakken. Tijdens het eten is het niet de bedoeling dat je gaat zitten kletsen, andere kinderen in je groepje zijn tenslotte nog aan het werk. Natuurlijk wordt er heus wel wat gepraat en vragen de kinderen hulp aan elkaar bij het openen van bekers etc. Als ze klaar zijn, ruimen ze hun spullen op, wassen en drogen de placemat, ruimen deze op en gaan weer aan het werk. Je ziet dat kinderen over het algemeen 15 minuten bezig zijn met eten en niet gaan tijdrekken om niet te hoeven werken bijv. Ze weten ook dat als zij eten, een ander niet kan eten, want er zijn niet genoeg placemats voor de hele klas. Bewust voor gekozen, ook even kunnen wachten hoort erbij. Ook mag je geen afspraak maken `mag ik ´m na jou?´ Niet eerlijk tegenover andere kinderen die ook wachten. Ik hoef hierbij nauwelijks bij te sturen, het wijst zich vanzelf. Sommige kinderen ontbijten al om 7.00 uur en hebben om 9.00uur al trek, een ander woont dichtbij en eet pas om 8.15 en pakt pas om 10.00 uur zijn eten.

Soms kies ik ervoor om samen te eten, aangezien het ook een sociaal gebeuren is en het soms beter uitkomt (bijv. voorstelling toneel bb, sinterklaas etc.)

Op deze manier gaat het eten soepel samen met het werken.Het is niet een botte onderbreking tijdens het werken en ieder merkt zelf wanneer het zijn tijd is om te eten. Ik help wel halverwege de ochtend even herinneren aan het eten, omdat sommige kinderen zo druk bezig zijn dat ze het vergeten maar eigenlijk wel trek hebben.

Voor mij werkt dit prima!

 

Desondanks vond ik het leuk om over de snacktafel te lezen en zit ik te broeden op een eventuele combinatie. Het komende jaar hebben wij nog maar een onderbouwgroep op school, waarbij ik start met 26 kleuters maar wel de beschikking heb over twee lokalen; deze zijn met een schuifdeur aan elkaar verbonden. Dit biedt ruimte voor extra hoeken en tafels en nieuwe mogelijkheden. Dus wie weet??!!

Sandra Pruyn-Martens

Het maken van werkjes:

Onthoud dat het doel van het materiaal is om het kind feitelijke informatie te geven. Wat wil je het kind vertellen over een bepaald onderwerp? Zonder de informatie wordt het werkje een mechanische handeling in het bij elkaar zoeken van de juiste kaartjes. Maak dus bij je werkje een feitenkaartje. Hierop staat informatie over het onderwerp.

Als je kaartjes wilt snijden voor werkjes, kun je hiervoor heel goed een fotosnijder gebruiken. Deze is vooral geschikt voor erg smalle kaartjes. De grootte van de kaartjes is een persoonlijke keuze. Heb je eenmaal voor een bepaald formaat gekozen, wees dan consistent in de andere werkjes die je in dezelfde zerie maakt.

Pas je lettertype aan, gebruik het lettertype dat op jouw school gebruikt wordt.


 

item2a2 item2f1a item2e2 item2d1 item2c1 item2e1a item2a1 item2f item2e item2d item2c item2 item2e1 item2f2 item2f1