![]() |
||
![]() |
||
![]() |
||
![]() |
||||||||
Naam: Leeftijd: |
Doelen:
|
Downloads: Links: |
||||||
Door het benoemen van de vele verschillende driehoeken ontdekt het kind de functie van het bijvoeglijk naamwoord. Dit materiaal wordt ook gebruikt als geometriemateriaal. Indirect doel: |
||
![]() |
![]() |
|||
De in totaal 63 driehoeken zitten in een houten kist: zeven verschillende soorten driehoeken in drie groottes en drie kleuren. |
Bij het driehoekenspel kan een matrixkleed gemaakt worden met 9 vakken. Op het kleed staan negen vakken afgebeeld. Daar omheen een rand waarop pictogrammen en woordkaartjes gelegd kunnen worden. |
|||
De verschillende driehoeken zijn: Rechthoekig gelijkbenig
Aanbieding bijvoeglijk naamwoord Leg de driehoeken op een kleed Schrijf “de driehoek”op een strook papier. Zeg:kan je raden welke ik bedoel? Kind pakt er een of raadt Zeg:"ik bedoel een andere" knip de strook en doe er een strook “grote”tussen. Zeg: "Leg alle driehoeken die niet groot zijn maar in de doos." Zo verder met “blauwe”, “rechthoekige”, “gelijkbenige”, Woordkaartjes geven met de woorden: o Grote o Rode o Rechthoekige o Gelijkzijdige o Middelgrote o Driehoek o Gele o Scherphoekige o Gelijkbenige o Kleine o Blauwe o Stomphoekige o Ongelijkzijdige Kind kiest een driehoek en beschrijft deze met behulp van de kaartjes. |
||