Bij de boerderij maakt de leidster zelf 9 doosjes met kaartjes in verschillende kleuren. Het verdient aanbeveling het woord waar het om draait in het rood aan te geven. Inhoud van de doosjes:
Doosje 1: Zelfstandig naamwoord Doosje 2: Bepaald lidwoord Doosje 3: Doosje 4: Bepaald lidwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord Doosje 5 Doosje 6: Voegwoord Doosje 7: Doosje 8: Voorzetsel Doosje 9:
Aanbieding van de woordsoorten
Voor de eerste aanbieding is nodig: een schaar, potlood en stroken papier. Het verdient aanbeveling deze items bij de boerderij te bewaren.
Voorbereidende spelletjes:
Wijs mij eens een het paard, de koe. Wat is dit? Zet eens alle koeien in de wei. 3 traps lesje: 1)dit is een ooi. 2) Zet de ooi eens in de stal. 3) Welk dier is dit? Download het volgende document om de namen van alle dieren, man, voruw en jong te leren kennen:
Eerste aanbieding zelfstandig naamwoord Eerst geeft de leidster het lesje op de tafel van het kind. De leidster laat de namen van de figuren opnoemen Het kind leest mee terwijl de leidster op een strook schrijft: 'lam'. De leidster vraag: "wat staat er?" Laat de strook bij de figuur leggen. Nog 2 a 3 stroken schrijven. Doosje pakken; kind legt de kaartjes erbij.
Bepaald lidwoord Kies 2 figuren. Schrijf de namen op 2 stroken: “de koe” en “het paard” Laat het kind ze bij de figuren leggen “de”en “koe” losknippen, hetzelfde bij “het paard” Lidwoorden verwisselen: “het koe” en “de paard” Volgorde verwisselen “koe de”en “paard het” Doosje 2 laten doen: kaartjes met bep. lidwoord (in afwijkende kleur) en zelfstandig naamwoord, later ook doosje 1 (zelfst. nw) en 3 (bep lidw.)
Bijvoeglijk naamwoord Witte, bruine en zwarte kip op tafel geef mij eens de kip nee die bedoel ik niet kind vraagt: welke dan wel? ik wil de witte kip enkele keren herhalen met andere figuren Schrijf op een strook: “de witte kip” kind de strook bij de juiste kip laten leggen woorden los knippen en in volgorde laten leggen doosje 4 pakken (bep lidw.,+bijv. nw. +zelfst. nw)
Voegwoord “en” Geef mij eens de witte kip en het liggende paard en het luie varken Nu heb ik ze bij elkaar, de witte kip en het liggende paard en het luie varken (in je hand houden) Een dergelijke zin op een strook schrijven Kind leest de zin en zet de figuren erbij Zin in losse woorden knippen Experimenteren met de volgorde van de woorden Doosje 6: de grote koe en het kleine schaap
Voorzetsel Zet het witte paard naast de bonte koe, zet de hond achter het lage hek. Dubbele opdrachten en zelfde opdracht met ander voorzetsel. Zin op een strook, figuren erbij zetten. Strook knippen. Experiment met volgorde Doosje 8: de grote koe naast de kleine geit
Daarna doosjes 1, 3, 5 en 9
|