Montessoriwerkjes.nl
item2e1
item2a2f
product889

Naam:
De boerderij

Leeftijd:
vanaf 5 jaar

Montessorimateriaal:
ja

Doel:
Plaats en functie van woorden in een zin beleven. Perfectioneren van het lezen.

Downloads:

Voor een goede taalbeheersing is het nodig dat een kind niet alleen de betekenis van een woord leert, maar ook het belang leert zien van de plaats en de functie van het woord in een zin. Door de lesjes met de boerderij leert het kind de functie van de verschillende woordsoorten kennen; tevens geeft de boerderij mogelijkheid tot het oefenen van het lezen van moeilijker woorden.
In plaats van een boerderij kan ook gekozen worden voor een poppenhuis of een dierentuin, zo lang er van alle onderdelen maar meerdere verschillende zijn. Zo bevat de boerderij bijvoorbeeld een rode koe, een zwartwitte koe en een liggende koe. Bij plaatsgebrek kan de leidster een boerderij in kist of doos in de kast zetten.
De boerderij wordt aangeboden vanaf 5 jaar.

Boerderij2

Bij de boerderij maakt de leidster zelf 9 doosjes met kaartjes in verschillende kleuren. Het verdient aanbeveling het woord waar het om draait in het rood aan te geven. Inhoud van de doosjes:

Doosje 1: Zelfstandig naamwoord
Doosje 2: Bepaald lidwoord
Doosje 3:
Doosje 4: Bepaald lidwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord
Doosje 5
Doosje 6: Voegwoord
Doosje 7:
Doosje 8: Voorzetsel
Doosje 9:

Aanbieding van de woordsoorten

Voor de eerste aanbieding is nodig: een schaar, potlood en stroken papier. Het verdient aanbeveling deze items bij de boerderij te bewaren.

Voorbereidende spelletjes:

Wijs mij eens een het paard, de koe.
Wat is dit?
Zet eens alle koeien in de wei.
3 traps lesje: 1)dit is een ooi. 2) Zet de ooi eens in de stal. 3) Welk dier is dit?
Download het volgende document om de namen van alle dieren, man, voruw en jong te leren kennen:

Eerste aanbieding zelfstandig naamwoord
Eerst geeft de leidster het lesje op de tafel van het kind.
De leidster laat de namen van de figuren opnoemen
Het kind leest mee terwijl de leidster op een strook schrijft: 'lam'.
De leidster vraag: "wat staat er?"
Laat de strook bij de figuur leggen.
Nog 2 a 3 stroken schrijven.
Doosje pakken; kind legt de kaartjes erbij.

Bepaald lidwoord
Kies 2 figuren.
Schrijf de namen op 2 stroken: “de koe” en “het paard”
Laat het kind ze bij de figuren leggen
“de”en “koe” losknippen, hetzelfde bij “het paard”
Lidwoorden verwisselen: “het koe” en “de paard”
Volgorde verwisselen “koe de”en “paard het”
Doosje 2 laten doen: kaartjes met bep. lidwoord (in afwijkende kleur) en zelfstandig naamwoord, later ook doosje 1 (zelfst. nw) en 3 (bep lidw.)
 

Bijvoeglijk naamwoord
Witte, bruine en zwarte kip op tafel
geef mij eens de kip
nee die bedoel ik niet
kind vraagt: welke dan wel?
ik wil de witte kip
enkele keren herhalen met andere figuren
Schrijf op een strook: “de witte kip”
kind de strook bij de juiste kip laten leggen
woorden los knippen en in volgorde laten leggen
doosje 4 pakken (bep lidw.,+bijv. nw. +zelfst. nw)

Voegwoord “en”
Geef mij eens de witte kip en het liggende paard en het luie varken
Nu heb ik ze bij elkaar, de witte kip en het liggende paard en het luie varken (in je hand houden)
Een dergelijke zin op een strook schrijven
Kind leest de zin en zet de figuren erbij
Zin in losse woorden knippen
Experimenteren met de volgorde van de woorden
Doosje 6: de grote koe en het kleine schaap

Voorzetsel
Zet het witte paard naast de bonte koe, zet de hond achter het lage hek.
Dubbele opdrachten en zelfde opdracht met ander voorzetsel.
Zin op een strook, figuren erbij zetten.
Strook knippen.
Experiment met volgorde
Doosje 8: de grote koe naast de kleine geit

Daarna doosjes 1, 3, 5 en 9
 

item2a2 item2f1 item2e2 item2d1b item2c1 item2e1a item2a1 item2f item2e item2d item2c item2 item2e1 item2d1a item2d1