![]() |
||
![]() |
||
![]() |
||
![]() |
||||||||
Naam: Leeftijd: |
Doel:
|
Downloads:
|
||||||
Het materiaal bestaat uit tien stokken met een lengte van 1 dm (de kortste) tot 10 dm (de langste). Het kind begint met drie stokken te halen. De leidster legt de kortste stok bij de gekleurde stukken van stok 2 en telt: een... twee, terwijl ze stok 1 verplaatst. Dan volgt stok 3. Hierna neemt het kind de handling over. Hierna kan het kind meer stokken halen en tellen, tot het niet meer lukt, of de leidster kan een namenlesje geven met de drie stokken. Bij het tellen is het van belang de stok met de hele hand aan te tikken en van links naar rechts te tellen. De stokken dienen zo te liggen, dat het eerste segment rood is. Verdere oefeningen volgen. Variaties: Laat kinderen niet alleen met de rekenstokken werken om het tellen onder de knie te krijgen. Gebruik ook fiches, knopen, bonen en kralen. Verder kan het kind aan de slag met het telbakje. |
||
![]() |
![]() |
|||
Een driejarige telt de stokken met haar vinger. |
Variatie: stokken door elkaar leggen. Het kind kiest een stok en gaat die tellen. |
|||
![]() |
![]() |
|||
De stokken liggen door elkaar; het kind legt ze in goede volgorde neer, oplopend of aflopend. |
Combinaties met andere materialen. |
|||
![]() |
![]() |
|||
Voorwerpen op de stokken leggen, zoals boerderijdieren of knopen. |
Bij de rekenstokken horen cijferkaarten, die tegen de stokken aan gelegd worden als het kind het tellen goed beheerst. |
|||