In de Montessorischool is een van de belangrijkste taken van de leidster het voorbereiden van de omgeving. De omgeving moet er aantrekkelijk uitzien, zodat een kind zin heeft om aan het werk te gaan. De klas moet een dynamisch geheel zijn, steeds veranderen, regelmatig iets nieuws bieden dat de aandacht van het kind trekt en hem aanzet tot onderzoeken en werken. Op deze pagina vind je suggesties voor die voorbereide omgeving.
Een prikbord met kinderwerk; geef ook eens kinderen de verantwoordelijkheid dit prikbord te verzorgen en te veranderen. Je kunt dit bord ook een Prikkelbord noemen; het dient te prikkelen tot activiteit!
Planten; in de onderbouw hebben kinderen een eigen plantje dat ze verzorgen. Dit mag eigenlijk geen cactus of vetplant zijn. Deze zullen in iedere situatie overleven en vragen dus geen echte zorg van het kind. Vanaf de middenbouw kan het sociaal gezien wenselijk zijn kinderen niet meer voor hun eigen plantje te laten zorgen, maar voor DE planten in de klas. Dit hoort bij het ontwikkelingsstadium van de kinderen. Onderbouwkinderen zijn ik-gericht, vanaf de middenbouw zijn kinderen meer gericht op de leidster en vanaf de bovenbouw meer op elkaar. Kinderen worden er nu op gewezen dat ze gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg voor de klas en dus ook voor de planten. Zorg voor veel en goed verzorgde planten, waar kinderen met z'n allen zorg voor kunnen dragen.
Vaasjes met bloemen of takken; deze vereisen zorg van de kinderen, maar kunnen ook uitnodigen tot natekenen.
Een aquarium of terrarium kan een permanente plaats krijgen in de klas. Hang er een kaartje bij waarop staat hoe de dieren verzorgd moeten worden. Bij (onverwachte) afwezigheid van de leidster moet de zorg ook doorgaan.
De kasten waaruit de kinderen werken, kunnen gordijntjes krijgen. Deze zijn gesloten wanneer er niet gewerkt wordt.
