Leeftijd:
vanaf 5 jaar
Doelen:
* zoeken van gelijken uit contrasten ten aanzien van kleur, vorm en afmeting
* de verfijning van de waarneming ten aanzien van de verschillen in afmeting en vorm
* ontdekken van de functie van het bijv.nw.
Door het benoemen van de vele verschillende driehoeken ontdekt het kind de functie van het bijvoeglijk naamwoord. Dit materiaal wordt ook gebruikt als geometriemateriaal.
Doelen:
zoeken van contrasten
Verfijning van de waarneming
Ontdekken van de functie van het bijvoeglijk naamwoord
Indirect doel:
toepassing van de namen van de driehoeken
De in totaal 63 driehoeken zitten in een houten kist: zeven verschillende soorten driehoeken in drie groottes en drie kleuren.
Bij het driehoekenspel kan een matrixkleed gemaakt worden met 9 vakken. Op het kleed staan negen vakken afgebeeld. Daar omheen een rand waarop pictogrammen en woordkaartjes gelegd kunnen worden.
De verschillende driehoeken zijn:
Rechthoekig gelijkbenig
Rechthoekig ongelijkzijdig
Scherphoekig gelijkbenig
Scherphoekig ongelijkzijdig
Stomphoekig gelijkbenig
Stomphoekig ongelijkzijdig
Gelijkzijdig
Aanbieding bijvoeglijk naamwoord
Leg de driehoeken op een kleed
Schrijf “de driehoek”op een strook papier.
Zeg:kan je raden welke ik bedoel?
Kind pakt er een of raadt
Zeg:"ik bedoel een andere"
knip de strook en doe er een strook “grote”tussen.
Zeg: "Leg alle driehoeken die niet groot zijn maar in de doos."
Zo verder met “blauwe”, “rechthoekige”, “gelijkbenige”,
Woordkaartjes geven met de woorden:
o Grote
o Rode
o Rechthoekige
o Gelijkzijdige
o Middelgrote
o Driehoek
o Gele
o Scherphoekige
o Gelijkbenige
o Kleine
o Blauwe
o Stomphoekige
o Ongelijkzijdige
Kind kiest een driehoek en beschrijft deze met behulp van de kaartjes.




