Leeftijd: vanaf 3 1/2 jaar
Montessorimateriaal:
Doel:
* Tellen oefenen
* Begrip krijgen van de hoeveelheden van 1 t/m 10
* Naam en hoeveelheid aan elkaar koppelen
* Volgorde van hoeveelheden leren.
* Indirect: oefenen van de motoriek
* Indirect: inzicht krijgen in het metriek stelsel
Het materiaal bestaat uit tien stokken met een lengte van 1 dm (de kortste) tot 10 dm (de langste). Het kind begint met drie stokken te halen. De leidster legt de kortste stok bij de gekleurde stukken van stok 2 en telt: een... twee, terwijl ze stok 1 verplaatst. Dan volgt stok 3. Hierna neemt het kind de handling over. Hierna kan het kind meer stokken halen en tellen, tot het niet meer lukt, of de leidster kan een namenlesje geven met de drie stokken.
Namenles:
1) Dit is een (aanwijzen), dit is twee (aanwijzen), een...twee (tellen en aanwijzen). Voel de lengte.
2) Geef mij eens stok..... tel 'm eens (ter controle) of laat het kind de stok afpassen met stok 1.
3) Hoe heet deze?
Bij het tellen is het van belang de stok met de hele hand aan te tikken en van links naar rechts te tellen. De stokken dienen zo te liggen, dat het eerste segment rood is.
Verdere oefeningen volgen.
Variaties: Laat kinderen niet alleen met de rekenstokken werken om het tellen onder de knie te krijgen. Gebruik ook fiches, knopen, bonen en kralen. Verder kan het kind aan de slag met het telbakje.
















