![]() |
||
![]() |
||
![]() |
||
Naam: Leeftijd:
|
![]() |
Doelen:
|
Downloads: Links: |
|||||
De insteekkaarten zijn doorgaans te vinden in de midden- en bovenbouw. De kinderen kunnen door te werken met de insteekkaarten de namen van de landen en de hoofdsteden en de vlaggen van de landen/provincies leren.
Verder bevat iedere set 3 doosjes met vlaggetjes:
|
||
![]() |
||||
![]() |
||||
Nederland en Duitsland |
Europa |
|||
![]() |
||||||
De leidster werkt bij de eerste aanbieding met een setje vlaggetjes tegelijk. De vaantjes worden door het kind in rijtjes neergelegd, zodat de namen te lezen zijn. De leidster kiest een vaantje, bekijkt het en zoekt op de controlekaart op waar het geplaatst moet worden. Dan zet ze het vaantje in het juiste gaatje. Het kind kan door veel met dezelfde kaart te werken na een tijdje zonder controlekaart de vaantjes plaatsen. Verwerkingen: • De namen in een stempelkaart of kopieerblad schrijven • Werkstukje maken • Spreekbeurt voorbereiden • Onderzoek doen naar het onststaan van de namen of provinciewapens en vlaggen. • Werken met de insteekkaarten uit de aardrijkskundekasten ter bestudering van de topografie van de werelddelen, Europa en Nederland. |
||||||
Noord-Amerika en Zuid-Amerika |
||||||
![]() |
||||||
Vlaggetjes in een standaard |
||